04 Feb 2020

Hoe een stoplicht en pannetjes kunnen helpen

See this post in:   
10 minuten

Stoplicht In het verleden heb ik de nodige therapieën gevolgd voor het verwerken van mijn depressie. Een van die therapieën was het maken van een zogenaamd signaleringsplan. Dit is een plan waarin je moet opschrijven wat jezelf en je omgeving kan merken aan je gemoedstoestand. Vaak word dit gemaakt gemaakt met een stoplicht. Mensen die zelf al eens in behandeling hebben gezeten voor een depressie hebben misschien al een idee hoe dit werkt.

Stoplicht op groen

Er zijn verschillende fases waarin je jezelf kunt indelen. Dit zijn dan de kleuren van een stoplicht; groen, geel en rood. Zoals het mij is uitgelegd is de groene fase de stabiele fase, de fase waarin je je goed voelt. Tegenwoordig bevind ik me hier meestal. De andere kleuren zijn steeds minder stabiel of “goed”. Hoe roder, hoe slechter het met je gaat. Hoewel het voor jezelf meestal wel duidelijk is dat het slechter met je gaat dan normaal, is dit voor je omgeving lang niet altijd duidelijk. Het doel van een signaleringsplan is om dit duidelijk te maken aan de mensen om je heen. Voor iedereen zien de fases er anders uit. De een zal bijvoorbeeld heel graag tv kijken, terwijl een ander dat juist doet als het wat minder gaat.

Pannetjes?

Zelf vond ik het systeem van het stoplicht in eerste instantie moeilijk. Het was toch een systeem waar ik toen mijn best voor deed om in te vullen, maar het was soms moeilijk om te bepalen of ik iets deed wat alleen in 1 fase voorkwam. Sommige dingen deed ik als het niet goed met me ging, maar ook als het verschrikkelijk met me ging.

Daar kwam het zogenaamde “pannetjes systeem” om de hoek kijken. Dit werd me visueel uitgelegd met een pan die op het vuur staat. Als je het vuur te hoog hebt staan, loop je de kans dat de pan overkookt. Maar voordat dat gebeurd, zijn er genoeg tekenen die je daarvoor waarschuwen. Als je op tijd weet in te grijpen kun je voorkomen dat de pan overkookt.

Dit systeem werkt met vijf fases in plaats van drie. Dit maakt het systeem preciezer dan het stoplicht, maar ook moeilijker in te vullen. Zeker als je, zoals ik toen, moeite hebt om je eigen emoties in te schatten.

Het was makkelijker om de “buitenste” fases te beschrijven, de fases die staan voor rust en crisis. De fases daar tussen zijn een heel stuk moeilijker. Maar bij het systeem met de pannetjes worden deze fases weergegeven met een afbeelding van een pannetje. Dit hielp mij om te bepalen wat ik moest opschrijven. Het systeem van de pannetjes word ook gebruikt bij de therapie van borderline heb ik mij laten vertellen.

De pannetjes

Wat andere mensen aan je kunnen zien

Voor iedereen is dit natuurlijk weer anders, maar het opschrijven van je gedrag helpt je omgeving enorm. Dat het vereist dat je jezelf kent is niet helemaal correct, als je tenminste iemand hebt die je helpt bij het maken van een dergelijk plan. Mensen kunnen je namelijk helpen door te beschrijven wat zij voor gedrag bij je zien. Als je dan vervolgens kunt bepalen hoe je er op dat moment bij zat, kun je dit gedrag vervolgens beschrijven in je plan.

Dit onderdeel is volgens mij een van de belangrijkste onderdelen van het plan. Ongeacht of je de stoplicht-methode of het pannetjes systeem gebruikt, je beschrijft niet alleen hoe je je voelt (iets wat al lastig genoeg is), maar ook hoe iemand anders dat aan je kan zien. Dit kan heel helpend zijn voor je omgeving, zonder dat je dat eigenlijk merkt. Zelf liep ik vaak tegen het punt aan dat mensen me bleven stimuleren als ik me erg slecht voelde. Het was op dat moment vaak zo dat ik wel wou, maar de energie niet had om iets te ondernemen. Met als gevolg dat ik weer teleurgesteld in mezelf raakte en me weer slechter voelde.

Door op te schrijven hoe je je gedraagt in de verschillende fases van het systeem wat je gebruikt, kunnen andere beter aan je zien hoe het met je gaat. Dit helpt volgens mij autisten zelfs beter dan neurotypische mensen, omdat onze hersenen nu eenmaal heel anders werken. Je kunt gedrag beschrijven wat voor andere misschien als heel vreemd omschreven word, maar wat voor jou normaal is. Of juist gedrag wat voor jou abnormaal is om te doen, terwijl dat voor je omgeving niet opgemerkt word.

Wat kun je ermee?

Onderdeel van het signaleringsplan (en daarom dat het een plan is) is hoe je kunt zorgen om weer naar de fase “rust” te komen. Dus wat kun je zelf doen, maar ook wat je omgeving voor je kan doen. Wat zijn dingen die je doet om rustig te worden? Wat zijn acties die mensen om je heen kunnen doen om je rustig(er) te maken? Wil je aangeraakt worden of juist niet? Zijn er mensen die je rustiger kunnen krijgen (door bijvoorbeeld mee te bellen of te chatten) of zijn er misschien dieren die je kunnen helpen? Welke situaties of acties moeten ontweken worden? Enzovoorts, enzovoorts…

Al deze vragen (en meer) kun je jezelf stellen en beantwoorden in een signaleringsplan. Dit onderdeel is een van de delen die je vervolgens met mensen om je heen kunt bespreken. Bij mij kwam dan naar voren dat ik in sommige fases best een knuffel kon gebruiken, maar als ik “te hoog in mijn pannetjes” zat moest je me niet meer aanraken. Door gedrag wat ik vertoonde in “hoge pannetjes” (in mezelf keren, geen contact meer maken met de mensen om me heen) werd het ook duidelijk dat sommige mensen me nog wel konden bereiken, terwijl andere me met rust moesten laten.

Uiteraard zijn deze systemen mij geleerd om depressie te verwerken en op te vangen. Als ik nu kijk naar mijn meltdowns en overprikkeling, denk ik dat dit een systeem is wat waardevol kan zijn voor autisten. In de vorm van wat mensen om je heen kunnen doen of laten.

Heel persoonlijk

Een signaleringsplan is heel persoonlijk. Het meest uitgebreide plan is heel intiem en zal niet makkelijk te delen zijn. Dit hoeft ook niet. Volgens mij kun je best dit meest gedetailleerde plan “uitkleden” en censureren om het met anderen te delen waar je minder intiem mee bent, zoals een werkgever, vrienden of kennissen. Maar, al is het alleen voor jezelf, het maken van een uitgebreid overzicht voor jezelf kan heel handig zijn.

Uitleg geven Zeker als je daarmee signalen kunt geven aan mensen om je heen zonder dat meteen de hele wereld snapt wat je bedoelt. Denk er bijvoorbeeld aan dat je met je partner of ouders op een feest bent. Het is heel gezellig en druk… Heel druk… Te druk… En je wilt aangeven dat het je te veel is, maar je wilt niet dat iedereen op het feest meteen weet dat het mis aan het gaan is met je. Dan kun je tegen je partner of ouders zeggen; “Ik voel me naar pan 4 gaan, kunnen we weg?”

Ook kunnen zij beter aan je zien hoe het gaat met je door gewoon jezelf te blijven. Als je in je plan bijvoorbeeld hebt opgenomen dat als je veel met je duimen draait je je erg ongemakkelijk voelt, kunnen ze daarop reageren. Ook kunnen ze je wijzen op gedrag wat hun doet vermoeden dat het niet goed gaat met je. Zelf had ik vaak het probleem dat ik niet goed in kon schatten in welke fase ik zat. Door dat mensen me konden vragen; “Je lijkt nogal in jezelf gekeerd, dat is een teken dat het niet zo goed gaat met je. Wil je even 1 op 1 met me praten?” leerde ik steeds beter herkennen hoe het eigenlijk met me ging.

Een signaleringsplan is nooit in steen gezet. Het is altijd nog je eigen plan. En het is aan te passen. Als iets eerder altijd leek te helpen, maar nu niet meer, kun je dat aanpassen. Of als je achter iets nieuws komt, kun je dat ook opschrijven.

Waarom zou je zoiets maken als het goed met je gaat?

Het is makkelijker om je te bedenken hoe je doet als er rustig over na kunt denken. Het opstellen van een signaleringsplan is moeilijk als je niet goed weet wat je gedrag is in verschillende fases van rust tot crisis. Maar als het goed gaat met je, kun je er volgens mij beter over nadenken.

Als het over het algemeen goed gaat met je, en je geen problemen ondervind bij het zelf weer tot rust komen, is het maken van een dergelijk plan misschien niet nodig. Toch kan het tot inzichten leiden voor je omgeving. Het kan je helpen bij sociale interacties met je omgeving. Als ze weten wat de kenmerken zijn die je laat zien als het wat minder goed met je gaat, kunnen ze beter reageren op je. Het voorkomt misschien zelfs dat ze bijdragen aan een meltdown.

Voor ouders kan het een middel zijn om duidelijk op papier te zetten hoe er met hun kind moet worden omgegaan in verschillende situaties, bijvoorbeeld op school. De docent heeft dan een soort handleiding gekregen en kan misschien beter handelen. Daarmee is iedereen geholpen. En opnieuw; niet alle details hoeven gedeeld te worden met een persoon. Dit is aan de autist om te bepalen wat mensen wel of niet weten. Daarbij moet ik wel zeggen, hoe meer mensen weten hoe beter ze kunnen handelen. Als ze een signaal niet weten, kunnen ze er ook niet op reageren.

Maar waarom “moeten” wij dit doen en neurotypische mensen niet?

Handleiding voor mensen In mijn ogen is het maken van een signaleringsplan iets wat iedereen zou moeten doen. Al is het alleen al zo dat het meer inzicht geeft in je eigen gedrag en emoties, het is niet specifiek voor neurodiverse mensen. Een signaleringsplan kan voor iedereen werken. Het is nu eenmaal een feit dat autisten vaker tegen problemen aanlopen, omdat de omgeving hun niet begrijpt of verkeerd handelt. Daarom denk ik dat het maken van een signaleringsplan ons meer kan helpen daarmee.

Het is ook een feit dat neurotypische mensen elkaar al beter begrijpen. Ze zien aan elkaar hoe het met ze gaat. Deze signalen lijken namelijk erg op die van zichzelf. Maar omdat de signalen van neurodiverse mensen (erg) kunnen afwijken van hun, interpreteren ze die soms verkeerd. Jarenlang is het “stimmen” bijvoorbeeld gezien als gedrag wat duidt dat het slecht gaat met iemand. Hoewel het voor sommige autisten wel zo is dat het stimmen heviger word als het slechter gaat, hoeft het helemaal niet te betekenen dat het altijd slecht gaat. Het kan ook heel goed een teken zijn van rust en tevredenheid.

Omdat de signalen voor neurotypische mensen soms moeilijk te begrijpen zijn, kan het heel nuttig zijn om uitleg te geven. Ook het onderdeel “Wat te doen” kan heel helpend zijn om autisten weer rustiger te krijgen als ze stress hebben. Het helpt ouders van autisten om meer begrip te krijgen van een school voor gedrag. Of van hun omgeving.

Het heeft mij geholpen om aan mijn omgeving te kunnen uitleggen wat wel en niet werkt. Wat gedrag van mij betekend en wat er gedaan kan worden door hun als ik bepaald gedrag laat zien. Ook kan het mensen gerust stellen, gedrag wat ze zagen als negatief kan ik nu beter uitleggen.

Zou het niet heerlijk zijn als we een dergelijk plan van iedereen zouden krijgen? Dat we door een dergelijke handleiding alle interactie met elkaar konden verklaren? Voor mij wel…

Bedankt Voor Het Lezen
Deel dit op:
Tags: autisme depressie gedachtes meltdown overprikkeling positief kinderen 
Afbeelding van de schrijver David Westerink
David Westerink
Koop een kopje koffie voor meKoop een kopje koffie voor me

Ik ben David, bouwjaar 1984 en autistisch. Ik schrijf blogposts en strijd voor de acceptatie van autisme. Ik praat met iedereen over van alles.

Daarnaast heb ik mijn eigen podcast over autisme en neurodiversiteit! Luister hier naar de AutCast!

Blijf op de hoogte via Facebook;

Facebook Comments

Webmentions ?